Kleine zeemeermin

De Gili’s, een eilandengroep naast de kust van Lombok. Toen we besloten twee volle maanden in Indonesië te blijven stond het algauw vast: laten we dan ook de Gili eilanden bezoeken. De Gili’s zijn een drietal eilanden en liggen een paar km voor de kust van het bijbehorende Lombok. De eerste die we bezoeken is de kleinste, maar met 1500 inwoners wél de royaalst bevolkte.

De reis erheen nam zo ongeveer een hele dag in beslag, met eerst zo’n twee uur in de taxi, bestuurd door onze eerdere gids, die ons toen ook vergezelde naar de tempel. Op zijn zachtst gezegd een enerverende rit, waarbij ons taxichauffeur eerst een scooter schepte (en onverstoorbaar doorreed, de schuld afschuivend op dat vervelende tweewielertje) en daarna opperde of het voor Riff misschien zou helpen om hem in heilig water te wassen, zodat hij zou leren lopen.

Vervolgens nog een poosje wachten in respectievelijk: kantoortje van de bootmaatschappij, havengebouwtje en op de kade. Op elk van deze plekken werden we direct vergezeld door toegesnelde dames die ons zonnebrand, frisdrank en armbandjes wilden te slijten. Tenslotte nog een aantal uur op de vertraagde boot.

Maar toen doemde daar uiteindelijk in de verte een eilandje op. Met z’n oppervlakte van ruim anderhalve km2 in één oogopslag te overzien. Het witte zand gaf bijna licht tegen het helderblauwe water. Eenmaal van boord gaat er een hele nieuwe wereld voor ons open. Eentje zonder ronkende scooters, toeterende auto’s en asfalt. Alleen maar fietsers en paardenkarren op dit idyllische eiland, waar het lijkt alsof je terug in de tijd bent gereisd.

We moeten tien minuten lopen van de haven naar onze accommodatie en zijn wederom blij met onze backpacks als we mensen uit man en macht hun rolkoffertjes door het mulle zand zien trekken.

Onderweg worden we zo enthousiast begroet en wordt ons menigmaal ‘welcome to Gili Air!’ toegeroepen. Mensen glimlachen vriendelijk, komen relaxt over en de dreadlocks zijn hier overduidelijk in de mode.

Eenmaal bij ons kleinschalige strand-resort aanbeland worden we enthousiast begroet door het personeel, waarna ze ons de kamer wijzen. Het is een knus slaapvertrek van enkele vierkante meters, maar het huisje met het schattige bamboe meubilair op de veranda is meteen een schot in de roos. Op het strandje voor ons resort zijn inmiddels de zitzakken gepositioneerd voor de zonsondergang-toeschouwers. En daar sluiten wij ons graag bij aan!

De manager van het resort komt even kennis maken en ploft bij ons neer. Hij stelt zich voor als Rudy, waarna hij onze namen vraagt. De naam Arjan blijkt nogal lastig en na een paar keer herhalen leggen we ons er maar bij neer dat Arjan hier op het eiland voortaan als Ariël door het leven moet gaan. Tot grote hilariteit van ons allen. Als beelddenker zie ik hem meteen voor mee met een schelpen-bh, spartelend op een rotsblok.

Het eiland is echt ontzettend mooi en we besluiten een snorkeltour te doen met een privé-boot. Op die manier kunnen de kapitein en gids een oogje in het zeil houden wanneer wij zonder de kleintjes gaan snorkelen. Iets wat ze hier graag doen en wat voor ons eigenlijk wel heel makkelijk is. Het koraal is hier echt prachtig, zoveel kleuren en vormen. Hierbij verbleekt onze eerdere snorkeltour vanaf Bali enorm. Wauw, al die vissen! En het allermooiste, we zwemmen tussen de schildpadden! Colin snorkelt ook goed mee en is verbaasd van wat hij onder water aantreft. Heel gaaf om te doen en de uren vliegen voorbij, zo dobberend in het water.

We hebben het erg getroffen met onze (volgens Booking -onbegrijpelijk- 1-sterren) accommodatie. Elke ochtend worden we vrolijk welkom geheten door het personeel (‘Goodmorning Mister Ariël!’) waarna ze ons een ontbijtje naar keuze serveren. En voor onze zeemeerman een bakje zeewier klaar staat.

Ze regelen fietsen voor ons, spelen met Riff en iedereen heeft de hele dag een glimlach op zijn gezicht. Er staan bedjes klaar op het strand en we kunnen afkoelen in het zwembadje. En dat alles voor maar 30 euro per nacht. Dit is echt een paradijsje.

We huren voor een paar dagen fietsen en kunnen zo wat meer van het eiland ontdekken. En een stukje op de trappers is natuurlijk áltijd een goed idee met de kids.

Het contrast tussen de strandtentjes aan zee en de hutjes in het binnenland kan haast niet groter zijn. We fietsen tussen de kleine restaurantjes en winkeltjes door. Hier en daar zien we kids spelen met net wat voor handen is, zoals een spatel of pan, terwijl de kippen tussen de huisjes door scharrelen. Het is zo speciaal om op deze manier een glimp op te vatten van andere culturen, zien hoe de mensen wonen, leven, naar school gaan, werken.

Aanvankelijk vermaken onze eigen boefjes zich ook enorm met de spullen hier; stokken, schelpen, touwtjes en strandschommels.

Maar tegen het eind van de week krijgt Riff last van zijn peuter-puber-buiten. Tegen de tijd dat hij een reputatie begint te krijgen (‘He will be a great singer!”) is het tijd voor Ariël en de visjes om uit te varen. Op naar het volgende eiland, Gili Meno!

4 thoughts on “Kleine zeemeermin

  1. Linda says:

    Na een donkere Ariël nu een mannelijke, zo inclusief is disney tegenwoordig😄

    Beantwoorden
  2. Fred Mosk says:

    Veel plezier op het volgende eiland.
    Oma laat ik ook lekker meelezen. Vindt ze erg leuk.

    Beantwoorden

Geef een reactie