Woestijnkamperen

Fish River Canyon; het neefje van de roemruchte Grand Canyon. Even mooi en indrukwekkend, maar lang niet zo toeristisch. Je hoeft het uitzicht hier niet te delen met honderden mensen op een platform, maar hebt het helemaal voor jezelf!

Na een korte stop gaan we een route van zo’n 5 uur tegemoet. We rijden door de eindeloze vlaktes met in onze kielzog niets meer dan de stofwolk die we zelf creëren.

Ze raden je aan om hier bij elk tankstation dat je tegenkomt bij te vullen, omdat het zomaar wel eens heel lang kan duren voordat je weer een (gevulde) pomp tegenkomt. Bij vertrek van de camping bleek de diesel aldaar op dus waren we blij toen we de volgende passeerde. Een tankstation hoort in deze regio vaak bij een camping/restaurantje en stelt doorgaans niet veel meer voor dan een enkel pomptoestel in het zand.

Met een afgetopte tank kunnen we weer voort richting ons huisje voor de komende twee nachtjes. We slapen in een airbnb. Lekker weer even het zand van ons afspoelen! We verblijven in het plaatsje Luderitz, midden in een echt Afrikaans woonwijkje. Vroeger was het hier een Duitse kolonie en dat merk je nog duidelijk. Zo dineren we die avond bij restaurant ‘Essenzeit’, met op het menu schnitzels en curryworst.

De reden dat we naar Luderitz zijn gegaan is echter niet de keuken van onze oosterburen. We zijn hier voor het spookdorpje Kolmanskop(f).

Een dorpje dat zo’n honderd jaar geleden z’n hoogtij dagen kende, toen er volop diamanten gedelfd werden. En vandaag de dag dus te bezoeken is, als verlaten woestijn stadje.

Er waren grote villa’s voor de rijke stadgenoten, zoals de mijndirecteur, accountant, architect, dokter en leraar (tja vorige eeuw hoorde je blijkbaar nog in een elite-rijtje thuis met een onderwijsbevoegdheid 😆)

Een stad die werkelijk alles had, van ziekenhuis tot slagerij en van bowlingbaan tot theater.

Na verloop van tijd raakte de bodem leeg en daarop volgde de inhoud van de stad algauw. Het lijkt bijna alsof ze van de ene op de andere dag zijn vertrokken en het is zo speciaal om hier rond te slenteren. Alsof je letterlijk de geschiedenis instapt en een kijkje neemt in iemands vroegere leven. Sommige panden zijn nog in verrassend goede staat, maar in de meeste kamers liggen grote bergen zand, dat door de kapotte ramen is binnengewaaid.

Mijn fantasierijke brein draait echt overuren op dit soort plekken. Als ik toch terug in de tijd kon, om even een kijkje te nemen in deze kamertjes in de glorieuze jaren van de stad…

Ik had hier nog wel de hele dag kunnen ronddolen, ware het niet dat het bloedje heet was. Heel indrukwekkend om te zien!

Het reistempo ligt in Namibië weer wat hoger en dus verruilen we dit stadje de volgende dag voor Sesriem.

Opnieuw komen we op een prachtige camping aan, waar zowel wat andere kindjes zijn om mee te spelen (en hun ouders om een praatje mee te maken).

Deze camping is ook een geliefde stop voor de georganiseerde groepsreizen, merken we algauw. Tegen het einde van de dag komen enkele grote bussen (of meer terreinwagens eigenlijk, gezien het ruige landschap dat ze hebben moeten doorkruisen) de camping opgedraaid. Binnen een half uur staan er op het veldje naast ons 10 koepeltentjes en 20 klapstoelen in een kringetje. Lang kunnen de reizigers niet van deze camping genieten, want om vijf uur de volgende morgen horen we ze alweer het hele kampje opruimen.

Vanuit deze camping rijdt je een van Namibië’s bekendste natuurschoon tegemoet: Sosusvlei. Deze vallei vol oranje zandduinen is prachtigmooi. We rijden er een uur doorheen, waarvan het laatste stukje door het mulle zand. Eerst even de banden leeg laten lopen tot 0.8 bar, om te voorkomen dat we vast komen te zitten. Want dat schijnt regelmatig te gebeuren op dit stukje van 5 km. Het is een ruige route en ik krijg spontaan de slappe lach van dit gehobbel en geschuddel. Met een verse adrenalinestoot parkeren we de auto en maken ons op voor het laatste stukje; lopend naar de Deadvlei. We zien de grote groepen net teruglopen richting hun vrachtwagens als wij aan onze zweterige wandeling beginnen. Een half uurtje lopen door mul zand in de hete woestijn wordt rijkelijk beloond door het prachtige uitzicht. Dode bomen van 1000 jaar oud, de witte droge vlakte en de prachtige oranje duinen erachter. Het is zo’n fotogeniek landschap! Er is bijna niemand en het voelt echt alsof we op een andere planeet lopen. Heel tof.

Als we ook de zweterige terugtocht hebben volbracht én de bandjes weer hebben opgepompt (we hebben een pomp mee, die op de accu van de motor werkt), doen we de rest van de dag niet zoveel meer.

Die avond zitten we bij het kampvuur. We hebben het allerlekkerst geurende hout op het vuurtje. Dat je het liefst zou vangen in een flesje rituals. Dat is even zo’n besef momentje, wat een mooi avontuur we hier beleven. Echt puur avontuur, zo voelt Namibië. Elk landschap is zo wijds, rauw en eindeloos.

We zijn dan ook verbaasd als we de dag erna aankomen bij onze airbnb in Swakopmund. In deze stad vinden we opeens weer geasfalteerde wegen, een groot winkelcentrum en volop restaurants. Ook dat is Namibië. Maar best even lekker, een ruim huis, lekkere bedjes en (tja waar je al niet gelukkig van word) een wasmachine en droger. Dus hebben we hier een relaxt weekje, waar we, afgezien van de enorm grote flamingo kolonie hij Walvis Bay bekijken, niet zoveel ondernemen. Tijd voor schoolwerk, Lego bouwen, spelletjes doen en ‘s avonds als de kids op bed liggen lekker Netflixen.

Maarrrrr we krijgen in de loop van de week weer honger naar avontuur, buiten zijn en in de tent slapen. En natuurlijk: Safari! Op naar Etosha!

Geef een reactie