Samara, een prachtig hotel aan het strand, met een fijne vibe. Maar ik kan er niet zo van genieten met de onzekerheid en spanning thuis. Op dit soort momenten is de afstand en het tijdsverschil zo enorm moeilijk… Maar vanaf hier kunnen we nu niks en maken we er het beste van. We bekijken het van dag tot dag.
De kinderen zijn hier helemaal in hun element: want als er zand en zee is zijn ze op hun best! Colin maakt vriendjes op het Beach-voetbal-veld en Ivy en Riff vermaken zich met water en zand.
Samara is een gezellig plaatsje waar veel Europeanen wonen/werken. Zo heeft ons resort een Italiaanse eigenaresse en bestaat het personeel grotendeels ook uit Europeanen.
De eerste nacht is om verschillende redenen een slapeloze. Deels ook dankzij de enorme hoeveelheid kabaal. We hebben de achterste kamer, tegen een hostel aan. En die hebben het tot diep in de nacht enorm gezellig. Zelfs zó gezellig dat (een bijster ongetalenteerd) iemand, wanneer de muziek gestopt is, z’n blokfluit erbij pakt. En dat voelt, met de kartonnen muurtjes, alsof iemand in je oor staat te fluiten.
Tel daar een of ander rammelde stalen trap bij op en we zijn ervan overtuigd een andere kamer te willen de volgende dag. Zo gezegd zo gedaan. De nacht erna slapen we gelukkig iets beter.
We chillen op het strand en de kleintjes vermaken zich mega goed. In de avond spelen we een spelletje klaverjas met de grijs-op-reis-club. Colin waagt zich hier in Samara nog aan een potje surfen, zonder instructeur dit keer en doet het ontzettend goed! Zo trots!
Tijdens onze laatste avond aan het strand besluiten we met z’n drietjes (Arjan, Randy en ikzelf) toch eens poolshoogte te nemen waar de frivole geluiden in de avond toch steeds vandaan komen. Puur voor onderzoeksdoeleinden belanden we in de bar van het naastgelegen hostel. En als we er dan toch zijn kunnen we net zo goed een paar biertjes nemen. Een super gezellige plek waar alle types en leeftijden samen komen. Op de dansvloer drentelt een jong yogatype voorzien van dreads en neusbel naast een man van dik in de 70 met een Hawaii shirt. Enig. Al zijn we blij dat de zeventiger van ons eigen reisgezelschap vanavond de wacht houdt bij de kids.
Maar (we waren hier tenslotte voor onderzoek) waar toch elke avond dat stalen gerammel vandaan komt kunnen we vanaf deze kant van de muur niet ontdekken. We vertrekken als het feestje zo ongeveer afgelopen is, het wachten op een amateurfluitist laten we maar even voor wat het is. Die nacht is het rammelgeluid zelfs oorverdovend, alsof er een grote wasmachine met daarin een baksteen losgeslagen door een kamer staat rond te centrifugeren. En we weten nu dat het niet vanuit de buren komt, aangezien de bar nagenoeg leeg was toen wij vertrokken. Kijk, toch een lucratief onderzoek geweest.
Aan het ontbijt zijn we niet de enigen die met kleine oogjes zitten en wat blijkt? Het snoeiharde gerommel komt van knokkende leguanen op het golfplaten stalen dak…
We hebben vanuit dit gezellige, hippe badplaatsje een lange route voor de boeg. Beginnend met 3 uur naar Carara NP, dus hup op weg. We rijden keurig achter elkaar aan met de twee huurauto’s, de Highlanders-karavaan.
Nadat we al een tijdje achter een piepende krakende vrachtwagen rijden komt er eindelijk een recht stuk om hem in te halen. Dus zo zoeven wij, met auto no. 2 in onze kielzog, de vrachtwagen voorbij. En worden we daaropvolgend direct beiden staande gehouden door een tweetal politiemannen, die ons vertellen dat dit, gezien de dubbele doorgetrokken streep, niet mocht. We knikken braaf en volgzaam, stappen uit en horen met pijn in ons portemonnee aan dat de boete 600 Amerikaanse dollar per auto bedraagt. Wanneer de man erachter komt dat we met beiden auto’s familie zijn heroverweegt hij z’n besluit. Het lijkt hem blijkbaar ook wat gortig om een Nederlands reisgezelschap ruim €1100 afhandig te maken. Hij stuurt zijn collega met een handgebaar weg en wenkt ons samenzweerderig bij elkaar. “Oké, ik ga jullie helpen. jullie krijgen geen boete, maar aangezien er een camera in m’n motor zit, print ik even twee lege witte boete velletjes uit.” De beste man loopt weg met een deel van de paspoorten terwijl wij ons enigszins verward afvragen of de beste man wellicht een klein fooitje verwacht. Hij komt even later inderdaad terug met twee lege bonnetjes en blijkt geen enkele corrupte tegenprestatie te verwachten. Tijdens het overhandigen herhaalt hij nog maar eens wat te doen bij een dubbele gele lijn: you have to wait forever and ever, and ever, and ever, and ever, and ever, and ever… Hij herhaalde het woordje forever zó vaak dat ik even bang was forever aan de kant van deze weg te moeten vertoeven. Maar, staat genoteerd en bedankt voor het mazzeltje!
We stoppen als eerst (staande houding niet meegeteld) bij de ‘crocodile bridge’, waar zoals de naam al doet vermoeden, tientallen krokodillen liggen te luieren. Het schijnt dat hier ooit ‘s avonds een dronken toerist is gaan zwemmen, niet wetende dat er krokodillen recreëerden. Hap, slik, dag toerist. Wij happen en slikken hier een ijsje weg en gaan dan naar Carara National Park.
Een park waar je ara’s zou moeten kunnen zien. Je hoort hem al… ‘Zou moeten kunnen’, dat is dus allerminst een garantie. En zeker wanneer je precies in een tropische regenbui wandelt houden de gevleugelde vrinden zich goed schuil. Ik grapte nog: zitten we nu wanhopig te zoeken, vliegen ze morgen gewoon over het resort waar we naartoe gaan, wedden…
Hoe dan ook, de regen toverde daarentegen wel een royale groep knalgroene gifkikkertjes tevoorschijn. Toch nog wat wildlife.
Het resort voor de komende dagen was na de wandeling nog een kleine twee uur verder rijden. En zo kwamen we na een enerverende dag aan op een fijne locatie, tussen het groen, met ruime huisjes.
Hier was het deze week mijn beurt om op reis jarig te zijn. Een verjaardag met cadeautjes, live visite, berichtjes van thuis en…. een jungletocht, zo vanuit het resort. Via een hangbrug naast het restaurant loop je de natuur in, met allerlei tropische bomen, vlinders, bamboe en… geritsel…. Even later kwam de ritselende aap uit de mouw… ehhh boom. Een groepje slingeraapjes kwam me enthousiast feliciteren vanuit de boomtoppen.
Maar het feest werd helemaal compleet toen we, liggend op een bedje aan het zwembad, opeens ara’s over zagen vliegen. En gelukkig meerdere keren, zodat we tijd hadden ons fototoestel erbij te pakken.
En niet veel later: een toekan in de boom! Nee wel twee! En in de volgende boom; 1, 2, 3…. 7! Wauwie! Wat een cadeautje, zo’n verjaardag heb je ook niet elk jaar.
We hoeven ons resort niet af en dat doen we dan ook niet. Wanneer Colin de volgende dag ijverig aan school zit krijgt hij gezelschap van een grote groene slang.
En niet veel later zien we hoe een ober een leguaan uit het zwembad vist. Zoveel dieren hebben we tot dusver niet gezien, en dat alleen al bij dit resort. Het schijnt dat er zelfs panters in het woud zitten, maar dat moeten we maar van de verhalen aannemen.
De laatste nacht samen sluiten we weer af in San Jose, waar we het hotelcasino onze laatste Costa Ricaanse Colones doneren.
Nadat we de volgende dag afscheid hebben genomen (en Ivy nog op de valreep eindelijk haar losse tand verliest), verkassen wij voor twee nachten naar een appartementje elders in San Jose. We doen hier niet zoveel, want ook op reis heb je wel eens een dagje dat je je matig voelt en lui bent. En zo komt het prachtige Costa Rica tot een einde. Het is echt een heerlijk reisland, goed te doen met een huurauto, zowel jungle als strand en heerlijke resorts. Ik kan het iedereen aanraden. Maar nu reizen wij verder door naar Zuid-Amerika, op naar Brazilië!

































